Poelaertgate – bananenjustitie in Brussel

Het justitieel blunderboek in 20 punten

De zware tekortkomingen bij het Brussels Gerecht in geval van strafklachten tegen werknemers onder EU-statuut zijn als volgt:

Justice1
  1. Geen enkele klacht ingediend bij het Parket of het Arbeidsauditoraat zal worden onderzocht. De klacht belandt in de onderste schuif onder een dikke laag stof en een paar maanden later volgt in alle gevallen een sepotbeslissing zonder het minste onderzoek.
  2. Bij een burgerlijke partijstelling zal de geadieerde onderzoeksrechter geen enkel initiatief nemen om onderzoekdaden te verrichten ondanks zijn wettelijke verplichting. De burgerlijke partij is systematisch verplicht om verzoekschriften voor bijkomende onderzoekhandelingen in te dienen, teneinde het onderzoek toch maar in beweging te krijgen.
  3. De meeste bijkomende onderzoekhandelingen (bijvoorbeeld het verhoor van de verdachten), worden systematisch verworpen met als enige stompzinnige ( maar wettelijk!) motivatie; dat de gevorderde onderzoekhandelingen niet noodzakelijk zijn om de waarheid aan het licht te brengen.
  4. Een hoger beroep bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling (NB en verder genoemd de KIB), zal in de meeste gevallen ongegrond worden verklaard op verzoek van het Parket- of het Auditoraat generaal die om de bevestiging vraagt van de oorspronkelijke beschikking van de onderzoeksrechter.
  5. Indien het Beroep gegrond wordt verklaard door de KIB, dan zullen de onderzoekdaden waarvan de KIB de uitvoering heeft beslist, toch niet worden uitgevoerd door de onderzoeksrechter.

6. Het volstaat dat het personeel tewerkgesteld onder EU-statuut hun verhoor weigeren om het gerechtelijk onderzoek stop te zetten. De onderzoeksrechter neemt vervolgens een beschikking tot mededeling, zodat het Openbaar Ministerie een buitenvervolging kan vorderen voor de Raadkamer samen met een de veroordeling van de burgerlijke partij tot de rechtsplegingsvergoeding .

Een dergelijke aanpak doet eerder denken aan het Gerecht van een ontwikkelingsland. Is België nog een rechtstaat als het gaat om gerechtelijke onderzoeken tegen werknemers van de Europese instellingen?

    7. In een Nederlandstalig dossier heeft de onderzoeksrechter elke onderzoekdaad geweigerd. Het dossier werd overgeheveld naar de Arbeidsauditeur, die het dossier heeft “laten rotten in de onderste schuif … ”. Na één jaar wachttijd heeft de KIB bevolen om het onderzoek aan te vatten. Het heeft vervolgens meer dan 10 maanden geduurd om het dossier terug te sturen van de Arbeidsauditeur naar de onderzoeksrechter.

    Daar stopt de justitiële ellende niet! Het dossier werd onmiddellijk na ontvangst door de onderzoeksrechter teruggestuurd naar dezelfde substituut in afwachting van een beslissing om dit onderzoek samen te voegen met een Franstalig onderzoekdossier om er definitief van af te zijn

    8. In twee gerechtelijke onderzoeken heeft een voormalige Secretaris generaal van de Europese Commissie een onderzoeksrechter rechtstreeks aangeschreven met een opdringerig verzoek om de klachten met burgerlijke partijstelling zonder gevolg “ te klasseren”. In januari 2018 werd het verhoor van 3 directeuren-generaal geweigerd.

    Daarop volgend heeft de onderzoeksrechter het gerechtelijk onderzoek afgesloten met een beschikking tot mededeling.

    9. De Europese Commissie heeft op onrechtmatige wijze en vermoedelijk door omkoperij geheime documenten van het onderzoek ontvangen vanwege een politie inspecteur. De politie inspecteur heeft de schending van het beroepsgeheim toegegeven in een proces-verbaal van verhoor aan de Algemene inspectiedienst van de Politie (AIG) op 19 oktober 2016. Het Parket daarentegen, vordert de “buitenvervolgstelling” van de politie-inspecteur en de veroordeling van de burgerlijke partij tot de rechtsplegingsvergoeding ( zie ook 1ste rapport van 11 oktober 2023 overgemaakt aan de Hoge Raad voor Justitie).

    10. De Europese Commissie verzet zich systematisch tegen elk verhoor van haar personeel op basis van drogredenen zoals de zogenoemde “discretieplicht” (NB het artikel 19 van het statuut van de Europese ambtenaar ), terwijl in tegendeel de beklaagden verantwoording schuldig zijn voor hun gepleegde misdrijven (criminele en correctionele inbreuken).Strafrechtelijke inbreuken hebben niets te maken met de uitoefening van een communautaire opdracht voor rekening van de Europese Unie.Dit nep-excuus wordt zonder meer aanvaard door het blundergerecht.

    11. Omwille van het fiasco van zijn onderzoek heeft een onderzoeks-rechter niets beter bedacht om het gerechtelijk onderzoek uit te besteden aan de interne veiligheidsdienst van de Europese Commissie. Uiteraard, in totale onwettelijkheid……Dit intern onderzoek kwam tot het besluit op basis van anonieme getuigenissen dat de beklaagden niets kon worden verweten. Vervolgens werd dit “geanonimiseerd” eindverslag overgenomen in het eind proces-Verbaal van het onderzoek dat vervolgens als leidraad kon dienen voor een “buitenvervolgingstelling” van de beklaagden.

    Het absurde werd dan nog eens bevestigd met de goedkeuring van twee proces-verbalen met deze anonieme getuigenissen in een eindbeslissing van de KIB dd. 14 februari 2019. Het ging om een dossier van pesterijen op het werk en niet om een dossier van terrorisme of zware criminaliteit. Anonieme getuigenissen zijn niet toegelaten in een onderzoek naar pesterijen op het werk,vermits de voorwaarden van de artikelen 75bis-75ter of 86bis-86 ter wetboek op de strafvordering (NB en verder genoemd SV) niet zijn vervuld.

    Wat een klucht van een gerechtelijk onderzoek. Zelfs in het gerecht van een ontwikkelingsland is zoiets ondenkbaar ….

    12. In het gerechtelijk onderzoek voor valsheid in openbare geschriften werden drie proces-verbalen uit 2019 weggelaten uit het onderzoekdossier, zoals dit werd vastgesteld tijdens de inzage. Het dossier werd gemanipuleerd door het weglaten van essentiële bewijsstukken.

    Dit hoeft ons niet te verbazen omdat een twintigtal nieuwe verdachten aan de lijst kon worden gevoegd voor het “gebruik van valse stukken ”. De burgerlijke partij heeft zelf een kopie van de 3 bewuste proces-verbalen moeten opsturen aan de onderzoeksrechter.

    13. In 3 van de 6 gerechtelijke onderzoeken werden de beschikkingen tot mededeling genomen door een onderzoeksrechter die geen titularis was van het dossier , teneinde de gerechtelijke onderzoeken zo spoedig mogelijk af te sluiten. Uit het onderzoek bleek dat geen enkele verdachte van de Europese Commissie ooit werd verhoord. Deze beschikkingen tot mededeling maakten het Parket of het Arbeidsauditoraat mogelijk om de buitenvervolging te vorderen niet tegenstaande de overduidelijke elementen van schuld. Vervolgens kon de burgerlijke partij financieel worden gesanctioneerd ondanks de ingediende klachten tegen “X”…

    14. Zowel het Parket als het Auditoraat heeft de regeling van rechtspleging en de afsluiting van elk van de 6 gerechtelijke onderzoeken gevorderd voor de raadkamer, terwijl er nog een hoger beroep hangend was voor de KIB. Deze zware procedurele onregelmatigheden hadden als opzet het hoger beroep van de burgerlijke partij af te schaffen (NB inbreuk op artikel 61 quater §5 SV).

    15. In één van de gerechtelijke onderzoeken besliste de raadkamer op 22 maart 2022 tot de buitenvervolging, ondanks de vastgelegde hoorzitting op 4 mei 2022 bij de KIB voor de behandeling van een hoger beroep. De burgerlijke partij vermoedt een omkoping vanwege de Europese Commissie omdat deze beschikking van de Raadkamer noodzakelijk was voor een opname in hun laatste besluiten van 1 april 2022 voor het Gerecht van de Europese Unie in een administratief rechtsgeding tegen de burgerlijke partij. Het opzet van de Europese Commissie was om de pesterijen op het werk te verloochenen.

    De Europese Commissie is nooit partij geweest in dit gerechtelijk onderzoek opgestart op 12 april 2016. De onrechtmatige opname van deze beschikking van de Raadkamer in de bijlage van de conclusies van de Europese Commissie voor de Europese jurisdicties in Luxemburg, kan moeilijk worden betwist.

    16. Twee verschillende onderzoekrechters hebben toegang verleend tot het gerechtsdossier aan gemandateerde advocaten van de Europese Commissie zonder dat deze laatste partij was in dit onderzoek (NB schending van artikel 21 bis SV). Vervolgens heeft een Europese ambtenaar misbruik gemaakt van deze onregelmatig bekomen stukken in een andere rechtszaak voor de burgerlijke rechtbank van Waals Brabant en nadien bij het Hof van Beroep te Brussel (zie het 2de rapport dd. 22 november 2023 neergelegd bij de Hoge raad voor Justitie).

    17. Er wordt systematisch misbruik gemaakt van de zogenoemde EU-immuniteit van het personeel en de daarbij beweerde exclusieve bevoegdheid van de Europese jurisdicties in Luxemburg. Het opzet is te ontsnappen aan een berechtiging door de Belgische straf-en burgerlijke jurisdicties, niettegenstaande de artikelen 72 en 274 van het EU-verdrag. Deze beweerde voorrang van rechtsmacht wordt ten onterechte geïnterpreteerd door het Belgisch Gerecht als een permanente en absolute immuniteit om te ontsnappen aan elke opsporing- of gerechtelijk onderzoek of verantwoording aan een Belgische jurisdictie.

    Artikel 274 van het EU-verdrag stelt onomwonden: Behoudens de bevoegdheid die bij de Verdragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt verleend, zijn de geschillen waarin de Unie partij is, niet uit dien hoofde onttrokken aan de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties.

    18. Omdat alle onderzoeksrechters systematisch weigerden om enig onderzoek in te stellen, heeft de burgerlijke partij meerdere keren hun vervanging gevorderd bij de KIB, maar dit werd elke maal geweigerd.

    19. Alle tekortkomingen werden aangeklaagd bij de hoogste magistraten van het Hof van Cassatie ( NB 1ste voorzitter en Procureur-Generaal zijnde de toezichthouders ). Bij de Hoge Raad voor Justitie werden 3 rapporten ingediend respectievelijk op 11 oktober 2023, 22 november 2023 en 18 januari 2024. Behoudens een minachtend ontvangstbericht en een feitelijke afwijzing , heeft het Hof van Cassatie niets gedaan en geen onderzoek ingesteld naar de “blunderonderzoeken”.

    20. In een gerechtelijk onderzoek tegen een directeur van de Europese Commissie, heeft de burgerlijke partij een verklaring van benadeelde derde ingediend in augustus 2020. Op het verzoekschrift voor inzage van het gerechtsdossier ingediend in februari 2021, kwam nooit een antwoord. Hoger beroep werd aangetekend bij de KIB in maart 2021. Pas in april 2024 heeft het Federaal Parket om vaststelling gevraagd wetende dat dit beroep zonder voorwerp was geworden, omdat de desbetreffende rechtszaak ten gronde werd gevonnist in september 2023. Wie houdt men voor de gek ?

    Het besluit ligt voor de hand: alle klachten tegen werknemers onder EU-statuut, worden systematisch gesaboteerd door de gerechtelijke overheid in Brussel.

    Het Belgisch Gerecht blijft gebrandmerkt als een “klassengerecht”.

    De verantwoordelijkheid van de magistratuur en de politieke gezagdragers kan niet worden betwist in een georganiseerd fiasco van “de zogenoemde rechtstaat”(?).